De Pers over De Wolkenladder

Muzikale touwtjes krijgen alle ruimte in De Wolkenladder

Bij klassieke muziek voor kinderen geldt de vuistregel: hoe jonger het publiek, hoe makkelijker de spelers het hebben. Jonge kinderen zijn misschien wel wat rumoerig, ze zijn ook gemakkelijk te boeien met een spannend instrument of een energieke performance. Jeugdmuziekproductiehuis Oorkaan heeft dit in de smiezen en produceert concerten voor kinderen tot twaalf jaar, met een theatraal sausje erover. Het presenteert nu De Wolkenladder (6+), een voorstelling die losjes draait rond een oude man wiens levenseinde nadert.

De oude man is schrijver en theatermaker Carel Alphenaar. Met zijn wat norse maar ook koddige voorkomen is hij de ideale opa, een beetje stijfjes maar toch nog energiek. In zijn werkkamer luistert de oude man naar muziek. Tot er plots een stel engelen – de vijf muzikanten – in witte gewaden en met papieren vleugels binnenkomen. Het is tijd om te gaan, maken ze hem duidelijk. Maar de oude man wil nog niet. ‘Ik wil nog even leven, een uurtje maar.’ De engelen zijn de beroerdsten niet, dus dat mag. De grote zandloper wordt nog een laatste keer omgedraaid.

In de korte tijd die hij nog heeft, memoreert de oude man de belangrijkste gebeurtenissen in zijn leven. De liefde voor muziek erfde hij van zijn moeder en tegen de wil van zijn vader koos hij voor een leven als componist. Het verhaal fladdert vervolgens van liefde naar huwelijk, gezin en muziek. De (engel)muzikanten nemen af en toe de plaats in van een persoon uit het leven van de oude man. Dat ze geen toneelspelers zijn, is direct duidelijk, maar stoort niet. De Wolkenladder is namelijk vrij pretentieloos als het om de theatrale aspecten gaat. De oorspronkelijke theatrale ideeën lijken in de strijd met de muziek het onderspit te hebben gedolven. En wat nou precies die wolkenladder uit de titel is?

Dus geeft regisseur Annechien Koerselman de muzikale touwtjes waarmee de voorstelling aan elkaar zijn geknoopt, niet onterecht, alle ruimte. Het stevige en dynamische ensemble bestaat uit een organiste/claveciniste, een violiste, een trompettist, een theorbespeler en een viola da gamba-speler. Prima geschikt voor een uurtje oude muziek, zou je zeggen. Maar in De Wolkenladder is geen traditioneel uitgevoerde muziek te bekennen.

Er wordt wat op los geïmproviseerd, het ene moment op Bach en Händel, dan weer met eigen gecomponeerde stukken. Hoewel ze soms wat te lang zijn, spat het spelplezier er bij iedereen van af. Hun flexibiliteit en scherpe onderlinge interactie is bewonderenswaardig. Trompettist Diederik Rijpstra springt daar nog boven uit met zijn stralende en klaterende tonen. Triomfantelijk staat hij op de leuning van de stoel en blaast hij muzikaal plezier de zaal in. Het is dit soort muziekplezier dat van De Wolkenladder een aanstekelijke en ook voor jonge kinderen passende voorstelling maakt.

Theaterkrant, Sara van der Kooi, 22 april 2012

 

Alles is muziek, en muziek is alles bij jeugdmuziekproductiehuis Oorkaan. Dit blijkt ook weer tijdens hun nieuwste productie De Wolkenladder, in samenwerking met Ensemble Severijn. Een beeldverhaal voor de oren en een hommage aan de allermooiste muziek. Op het toneel zit een oude musicus die volledig opgaat in de muziek. Dit harmonieuze moment wordt wreed verstuurd door een vijftal musicerende engelen die hem komen halen. Het is tijd om de wolkenladder te beklimmen. De muzikant schrikt, en weet de engelen over te halen tot een grand finale waarin hij zijn liefde voor de muziek en het leven nog een laatste maal mag vieren. “Het is een concert met heel veel muziek waar ook een beetje toneelgespeeld wordt” (Bess, 6 jaar).

Ondanks het zware thema van de naderende dood is De Wolkenladder een ontwapenende en luchtige muziekvoorstelling over de allesomvattende liefde voor muziek, doorzettingsvermogen en afscheid durven nemen. De musici spelen bezield en weten hun passie voor de barokke muziek goed over te brengen op het jonge publiek. “Soms was de muziek verdrietig, de andere keer vrolijk en had ik veel zin om te dansen, en kon ik niet blijven zitten op mijn stoel. Soms was de muziek ook gewoon heel mooi. Ik vond de trompet en de viool het mooiste. De trompet omdat die heeeel hard en heel zachtjes kan. En de viool omdat die altijd zo gevoelig klinkt. En samen klinken zij heel mooi. Ze zullen wel heel lang hiervoor geoefend hebben denk ik. ”

Acteur Carel Alphenaar is aangetrokken om het verhaal vorm te geven, waarbij de muzikanten fungeren als figuranten. Een goede zet. Kinderen zijn van nature erg visueel ingesteld, zij blijven geboeid naar het sympathieke schouwspel kijken. Desalniettemin zijn de dubbelrollen en de flashbacks voor het jonge publiek niet altijd even duidelijk, en zou de inzet van een verteller voor wat meer begrip van het verhaal kunnen zorgen. Erg is dit niet. De muziek triomfeert en de duidelijke hoofdlijn van het verhaal zit vol kleine grapjes, en biedt voldoende houvast om de korte spanningsboog vast te houden. Toch nadert het einde onherroepelijk. “Ik hoop wel dat het in de hemel ook zo klinkt dat zou ik wel fijn vinden. En dat de oude man alle herinneringen goed in zijn hoofd heeft en niet vergeet als hij de trap opgeklommen is. En dat er dus zeg maar heel veel engelige muziek is”. Want tenslotte is alles muziek, én blijft alles muziek!

www.cultuurbarbaartjes.nl, 23 april 2012

 

In de Wolkenladder kun je horen hoe Hemels klinkt

Een heer op leeftijd slijt in streepjespyjama zijn dagen in een lederen leunstoel. Maar dan: is hij in slaap gevallen of dood, als er vijf musicerende engelen om hem heen komen te staan?

Hoe klinkt hemels?, is de ondertitel van het concert De Wolkenladder van Oorkaan, productiehuis voor muziektheater. Die vraag beantwoorden musici Judith Steenbrink, Israel Castillo, Daniele Caminiti, Christophe Sommer en Tineke Steenbrink. Op viool, viola da gamba, theorbe en klavecimbel spelen ze inderdaad hemelse muziek.

Vooral de sonates van de barokcomponist Dietrich Buxtehude zijn als zalf voor de ziel. Je ziet de kinderen tot rust komen en ze volgen geconcentreerd het hemeltafereel. Dat het allemaal wat gedateerd aandoet, met witte engelenjurken en vleugels van muziekpapier, lijkt niet uit te maken. Ook het gebrek aan actie op toneel leidt niet tot gefluister of gewiebel op stoelen. De kinderen lijken gehypnotiseerd.

Meestal zit klassieke muziek voor kinderen verpakt in een sandwichformule: korte muziekfragmenten afgewisseld met lichtere kost. In 'De Wolkenladder' stopt de muziek geen moment. We horen werken van componisten als Bach, Händel, Marin Marais en eigen werk van de musici. Alleen trompettist  Diederik Rijpstra blaast daar soms schel doorheen om de engelen wakker te schudden.

Zo mooi als de muziek is, zo zwak is het verhaal. De sympathiek spelende Carel Alphenaar blikt terug op de hoogtepunten uit zijn leven als muzikaal wonderkind. Hij geeft zijn eerste concert, trouwt en krijgt de kinderen, maar de scènes zijn zo schetsmatig dat het niet meer is dan illustratie bij de muziek. Pas als de bovenkant van de zandloper op de kast leeg is en het leven van de oude heer echt ten einde is, is er ruimte voor het acteren en raak je ontroerd. "Sterven is niet erg. Als je oud bent, is dat juist heel gewoon." De acteur zegt het met een hemelse glimlach. Trouw, Anita Twaalfhoven, 25 april 2012

naar boven




© 2009 design by ECDsign