De Pers over L'isola Disabitata

Glansrol voor verrassend sterke bariton in operaatje Haydn

Haydns operaatje L'isola disabitata is verrassend populair. Eerder was het werk, dat als 'vergeten' te boek staat, te zien op Het Grachtenfestival.

Nu wordt het voor de tweede maal dit jaar op de planken gebracht door De Nationale Reisopera. Met een podium vol lianen en het dek van een reuzenschildpad als verstopplaats refereert regisseuse Annechien Koerselman handig aan het Darwinjaar.

Het stuk draagt alle ingrediënten voor die setting al in zich. Haydns librettist situeerde het werk op een woest, onbewoond eiland. De tegenstelling tussen natuur en cultuur drijft hij op de spits. Een natuurmeisje Silvia (de prille sopraan Julia Westendorp), type ongerepte wilde, maakt kennis met het fenomeen erotiek als ze voor het eerst in haar leven een man ontmoet. Koerselman voert de spanning nog een graadje op. Ze geeft de puber een kameraadje, een mooie, dartel dansende jongeling (Benedikt MacIsaac). Als Silvia hem verward vertelt over haar nieuwe gevoelens, is hij degene die buiten het verhaal stapt en de emoties duidt met een gebaar: hij bedekt haar grijze, naakte kostuum met bladeren.

Tegenover het natuurwezentje staat de oudere wereldwijze zus Costanza (een mooie rol van mezzosopraan Judith Gennrich). Zij kent de liefde en de geciviliseerde wereld.

Kluchtige verwikkelingen rond haar verdwenen man (Peter Gijsbertsen) en zijn vriend (Martijn Cornet) krijgen door de frisse noten van Haydn een spannend kader. De slotscène, met op het podium een muzikantenkwartet als afspiegeling van de zusjes en beide vrienden, werkt uitstekend. De personages zijn goed gecast, de stemmen redelijk tot uitstekend, met een glanstol voor de verrassend sterke bariton Martijn Cornet. De tenor Peter Gijsbertsen heeft potentie, maar kampte met zijn intonatie. Dat is in deze context niet vreemd.

Het Combattimento Consort bood weinig houvast. De dirigent Jan Willem de Vriend heeft onmiskenbaar goede ideeën over de interpretatie, maar had die onvoldoende uitgewerkt. Met de beste intenties sloeg het ensemble zich rommelig en ruw door de partituur.

De Schöpfungsmesse van Luigi Gatti, een tijdgenoot van Haydn, werd een voorafje dat het gezelschap beter had kunnen overslaan. Het leidde de aandacht af van de opera en gaf de avond een onnodige traagheid. De Volkskrant, Bela Luttmer, 9 november 2009

 

'Onbewoond eiland' vrolijke Haydn-opera

Wonen op een onbewoond eiland was al in de achttiende eeuw een populair thema. Joseph Haydn schreef in 1779 de lichtvoetige opera L'isola disabitata die zaterdag in premiere ging, uitgevoerd door De Nationale Reisopera in een enscenering van Annechien Koerselman.

Eerst het slechte nieuws. De opera wordt voorafgegaan door de Schöpfungsmesse van Luigi Gatti. Daarin muilkorft Gatti de muziek uit Haydns oratorium - waarvan de essentie tekstuitbeelding is - met de tekst van de katholieke hoogmis.

Maar wie zich door dit musicologische monstrum heen bijt wordt rijkelijk beloond met de anderhalf uur durende L'isola disabitata, een 'toppertje' in een deze tintelend vitale musicalachtige enscenering - met een aan lianen zwierende huppelsorpaan, een zoetgevooisde bariton, een dartelende danser en pre-Mozartiaanse muziek waardoor je weer weet waarom Haydn één der grootsten is.

Het is bijna niet te geloven dat - op de bassen na - na de pauze dezelfde solisten de kar trekken. De zo ingetogen Julia Westendorp ontpopt zich als een kleine vrouwelijke tarzan die over het eiland rent en tegelijkertijd erin slaag echt mooi te zingen (Opera als topsport).

Judith Gennrich is prima als de aandoenlijke mezzo-sopraan Costanza die denkt dat ze door haar geliefde in de steek gelaten is en daarom haar kleine zusje met een verknipt manbeeld opzadelt.

Ook tenor Gijsbertsen (Gernando) zet een uitstekende rol neer. Primus inter pares is de opmerkelijk soepele en egale bariton Martijn Cornet. De baldadige finale met verkleedpartij en vier (prachtig spelende) muzikanten op het podium is vrolijk en eigentijds. Tegelijkertijd blijft de muziek overal 'in takt'. Erg leuk. Een opera om - bijvoorbeeld - je tienerdochter eens mee naar toe te nemen. Stentor, Maarten Mestrom, 9 november 2009

 

'Onbewoond Eiland' Haydn mooi ongepolijst

Is het toeval? Op een onbewoond eiland gekozen tot beste Kinderen voor Kinderen lied en tegelijkertijd een nieuwe productie van Haydns L'isola disabitata (het onbewoonde eiland). Het onderwerp is dan ook tijdloos. Is er iets heerlijker dan volledige vrijheid in de ongerepte natuur, of hoort de mens daar niet thuis?

Al in de achttiende eeuw schreef de Italiaanse librettist Metastasio de tekst over twee zussen op een onbewoond eiland. De één is vergroeid met de natuur en weet niet beter, omdat ze nog te jong was toen ze aanspoelden. Haar oudere zus denkt er anders over: zij is vooral boos op haar man, die hulp zou gaan halen maar nooit terugkeerde. In de opera doet hij dat dan toch: hij bleek te zijn opgehouden door piraten. Minstens vijftien andere componisten zetten de tekst op muziek, de versie van Haydn blijft de bekendste, die deze zomer niet perfect maar fonkelend werd uitgevoerd op Het Grachtenfestival.

Deze nieuwe productie van de Reisopera is veel grootschaliger, alleen al visueel. Het decor wordt volledig ingenomen door scheepstouwen die als lianen aan de bomen hangen. Silvia, het aan de natuur gehechte zusje, komt zelfs als Tarzan het toneel opgeslingerd. Haar band met de natuur wordt verbeeld door een extra, niet sprekend personage: een danser die om haar heen draait en het gebeuren gadeslaat. Op zich een prima vondst, ware het niet dat de ontluikende liefde tussen Silvia en Enrico, één van de 'reddende' mannen daardoor wat minder puur wordt: ze had immers al een vent. De wulpse invulling die de uitstekend zingen sopraan Julia Westendorp aan haar rol geeft, maakt haar ook al minder ongerept dan je zou verwachten.

Het Combattimento Consort musiceert onder leiding van De Vriend energiek en mooi ongepolijst; een enkele keer wat té. Ook de rest van de jonge zangerscast is prima. Het slot is dubbelzinnig: blij met hun redding transformeren de hoofdpersonen: blaadjesjurk wordt mantelpak, bladerdak wordt kroonluchter en soepele natuurdans wordt stijve stijldans. Waren ze dan niet toch gelukkiger op het eiland? NRC, Jochem Valkenburg, 9 november 2009

 

Warm pleidooi voor operacomponist Haydn

De opera's van Joseph Haydn worden slechts zelden uitgevoerd. Onbegrijpelijk eigenlijk, want ze bevatten de ene wonderschone aria na de andere en zijn vooral buitengewoon rijk en vernuftig georchestreerd. Gelukkig laat De Nationale Reisopera de komende maand door heel Nederland zien en horen dat Haydn veel meer is dan de componist van de symfonieën, kamermuziek en vooral Die Schöpfung.

Toch begint ook deze avond met Haydns bekendste werk, maar dan in een onbekend jasje. Voor de pauze klinkt namelijk de mis, die Luigi Gatti maakte van Die Schöpfung. De Oostenrijkse kapelmeester zette de Latijnse tekst van de Katholieke mis op Haydns muziek, daarbij vakkundig schuivend met aria's, trio's en koorpassages. Een soort oer-remix dus, en het is eerlijk gezegd even wennen.

Dirigent Jan Willem de Vriend heeft er duidelijk plezier in de luisteraar op het verkeerde been te zetten, want twee weken geleden bracht hij al met Het Orkest van het Oosten Die Schöpfung, maar dan in een Nederlandse vertaling. Met veel succes, en ook deze Schöpfungsmesse is een lust voor het oor dankzij het koor van De Nationale Reisopera, al wordt Gatti's amuse van een klein half uur niet alleen overschaduwd door het origineel, maar ook door de hoofdmaaltijd: de opera L'isola disabitata.

Het verhaal van de operetta - letterlijk 'kleine opera', niet te verwarren met operette - is even kort als eenvoudig en speelt zich geheel af op het onbewoonde eiland uit de titel. 'Het is een prachtig, ontwapenend stuk', aldus regisseuse Annechien Koerselman, debutant bij De Nationale Reisopera. 'Twee zussen, Costanza en Silvia, zijn achtergelaten op dit sprookjeseiland. De kersverse man van Costanza, de oudste van de twee, is gegrepen door piraten. Costanza denkt dat Gernando haar heeft bedrogen en in de steek gelaten. Geen aanleiding voor palmbomen, wit zand en zonneschijn dus, maar een oerwoud, onbewoond, onbekend en grijs.'

Aanvankelijk is de enige kleur de rode jurk van de treurende Costanza. Zusje Silvia kwam als baby op het eiland en weet dus niet beter. Zij heeft genoeg aan dieren, de natuur en haar eigen fantasievriendje 'hertje'. Een mooie vondst is het om dit imaginaire vriendje vrijwel de gehele opera zichtbaar te maken door danser en choreograaf Benedikt MacIsaac. Hij imiteert al haar bewegingen maar Silvia heeft steeds minder oog voor hem.

De zussen leven op een onbedorven wereld, zonder mannen. En dat is maar goed ook, aldus Costanza: ze zijn slecht, wreed, trouweloos en leugenachtig, erger dan welk dier ook. Ze kennen geen medelijden, weten niets en hebben geen greintje liefde, geloof of menselijkheid in hun hart.

Wanneer Silvia een schip ziet naderen, weet zij dan ook niet wat dat is, net zoals zij de vreemde wezens niet herkent die aan land komen. Wel voelt zij zich meteen aangetrokken tot een van hen. Het zijn uiteraard Gernando en zijn metgezel Enrico, die na jaren terugkeren. Na enkele komische misverstanden wordt Gernando herenigd met zijn vrouw en Silvia ontdekt dat mannen niet gevaarlijk zijn, integendeel: ze wordt verliefd op Enrico. Eind goed, al goed, zoals het een sprookje betaamt.

Met de komst van de mannen en de terugkeer naar de beschaafde wereld komt er kleur in de opera, maar verdwijnt het fantasievriendje en Silvia wurmt zich aandoenlijk onhandig in een bh en wankelt op hoge hakken. De opera besluit met een virtuoos geschreven kwartet voor viool, cello, fluit en fagot - elk van de personages is aan een instrument gekoppeld. Tijdens dit kwartet verkleden de stellen zich, het kwartet neemt plaats op het podium en L'isola disabitata eindigt met de solisten keurig in de kleren, gezeten op theaterstoeltjes en met de rug naar het publiek, programmaboekje in de hand.

Zo eenvoudig en rechtdoorzee als het verhaaltje is, zo rijk is Haydns muziek. Niet alleen het slotkwartet, maar ook de prachtige aria Fra un dolce deliro verdient het om veel vaker gehoord te worden. Zeer bijzonder is ook dat Haydn alle recitatieven orkestreerde - de componist vond de tekst zo goed dat hij alle woorden van waardige noten wilde voorzien. Met een gloedvolle vertolking door het Combattimento Consort en ijzersterke zang- en acteerprestaties van vooral beide zusjes (Judith Gennrich en Julia Westendorp) is deze productie van een vergeten opera een warm pleidooi voor de operacomponist Haydn. 8weekly.nl, Henri Drost, 10 november 2009

 

Reisopera geeft origineel Haydn-feestje

Om het tweehonderdste sterfjaar van Haydn te herdenken heeft De Nationale Reisopera een originele dubbelproductie gemaakt: voor de pauze De Schöpfungsmesse, na de pauze L'isola disabitata. Het resultaat van de premiere: voor de pauze een beetje droog, na de pauze veel spel- en zangplezier. Met dank aan talent van eigen bodem.

Eigenlijk is het een merkwaardige combinatie, de stukken die de Reisopera aan elkaar heeft gekoppeld voor haar tweede productie van het seizoen. De Schöpfungsmesse is een mis van Luigi Gatti, gebaseerd op thema’s uit Die Schöpfung van Haydn. L’isola disabitata is een luchtig operaatje van Haydn zelf, over het verlies van kinderlijke onschuld en naïviteit.

Juist die bijzondere combinatie maakt de productie echter origineel. En afwisselend, want over afwisseling hoeft niemand te klagen met zo’n affiche.

De productie ging gisteren (7/11) in première in Schouwburg Orpheus in Apeldoorn. De Schöpfungsmesse viel me wat tegen. Het werk op zichzelf vond ik niet bijster interessant (verwacht geen religieus vuurwerk, zoals in sommige andere missen) en de uitvoering was tamelijk droog.

De solisten moesten duidelijk op gang komen. Sopraan Julia Westendorp verrukte met een klankrijk, puur geluid, maar was niet altijd zeker van haar zaak. Tenor Peter Gijsbertsen zong heel beheerst en verzorgd, maar was daarin naar mijn idee te bescheiden – een beetje meer volume had geen kwaad gekund.

Wat de uitvoering ook op de vlakte hield, was dat het Combattimento Consort geen grootse ‘kathedraalklank’ wist te produceren op momenten die dat – ook gezien het forse koor – wel vroegen. Dat kwam niet door onkunde, maar gewoon doordat het ensemble niet zo groot was.

In Haydns lichte muziek na de pauze kwam het ensemble veel beter tot zijn recht. Wat zeg ik, onder leiding van Jan Willem de Vriend leverde het een uitmuntende prestatie. Door heerlijk getimede pauzes en dynamische wisselingen wist het ensemble voortdurend te boeien. De manier waarop De Vriend bepaalde frasen liet wegsterven, was bijvoorbeeld briljant.

De musici legden zo een perfecte bodem voor de solisten om op te excelleren in het korte verhaal van Haydn. Dat verhaal gaat over twee zussen die op een onbewoond eiland zijn gestrand. De oudste, Costanza, klaagt voortdurend over haar lot, omdat ze meent dat haar man Gernando van haar weggelopen is. De jongste, Silvia, kent niets anders dan het leven op het eiland en is zo de personificatie van kinderlijke onschuld.

Gernando is in werkelijkheid ontvoerd door piraten. De opera begint als hij net ontsnapt is en terugkeert naar het eiland om zijn geliefde te zoeken. Zijn vriend Enrico helpt hem daarbij. Het levert de nodige verwarring op, maar uiteindelijk herenigen Gernando en Costanza zich en worden Enrico en Silvia verliefd.

Van de liefdesparen overtuigden Enrico (Martijn Cornet) en Silvia (Julia Westendorp) me het meest. Westendorp zette zich heel knap als een naïef jong meisje neer, duidelijk opgegroeid in de wildernis. Ze verbaasde met haar lenige dans- en acteerwerk. Bij haar halve balletopvoering tijdens de ouverture twijfelde ik even of zij het wel was, en niet een danseres.

De sopraan verzorgde ook de meeste humor in het stuk. Bovendien had ze haar heldere, innemende stem uit de Schöpfungsmesse gewoon meegenomen. Soms een beetje kortademig, maar altijd vol schoonheid.

Cornet was een stoere Enrico. Met zijn onbevreesde, energieke aanwezigheid op het toneel sprak hij direct aan. Het viel me nu ook op hoe veelzijdig zijn stem is. Van robuust tot liefelijk: het zit er allemaal in.

Het andere koppeltje (Peter Gijsbertsen als Gernando en Judith Gennrich als Costanza) was ook zeker niet slecht, ze spraken alleen minder tot de verbeelding. Gennrich had een passende triestheid in haar stem, maar in die sfeer bleef het hangen. Gijsbertsen zong net als in de mis erg verzorgd en met rijke tenorstem, maar het was zo netjes. Wat meer pit en expressie had hem geen kwaad gedaan.

Annechien Koerselman debuteerde met de productie als operaregisseur. Ze wist niet altijd de (vele) statische momenten uit Haydns opera te ondervangen en soms had het wel wat luchtiger gemogen, maar de personages zette ze heel raak neer en ze creëerde diverse mooie scènes – geholpen door de prachtige lichtregie van Yvon Muller. Ook gaf ze de opera een verrassend einde.

De nieuwe productie van de Reisopera is de origineelste operavoorstelling in het kader van het Haydn-jaar die ik tot nog toe heb meegemaakt. Dat jonge Nederlandse solisten het grootste aandeel in het slagen ervan hebben, maakt het extra leuk. operamagazine.nl, Jordi Kooiman, 8 november 2009

 

NRO herdenkt Haydn met curieuze werken

Haydn is 200 jaar dood. Voor de Nationale Reisopera aanleiding om een avondje stil te staan bij de muziekpraktijk van ruim twee eeuwen geleden. In de nieuwste NRO-productie worden twee stukken afgestoft: een mis van Haydns tijdgenoot Gatti, en na de pauze een korte opera van de meester zelf. Zowel Gatti als Haydn stelden zich bij het componeren geenszins compromisloos ten doel om werken met artistieke eeuwigheidswaarde te scheppen. Beide heren voerden opdrachten uit voor hun broodheren (Gatti voor de bisschop van Salzburg en Haydn voor vorst Esterhazy) en leverden composities op bestelling, rekening houdend met allerlei praktische randvoorwaarden. Dat hun goed werknemerschap, hoge ambachtelijkheid en (in het geval van Haydn) geniale vondsten toch curieuze werken van tijdloze kwaliteit kunnen opleveren toont deze NRO-productie. Maar daarmee is het sterkste punt van deze productie wel ongeveer benoemd.

Natuurlijk is het aardig om voor de pauze te horen hoe Gatti, naar goed achttiende-eeuws gebruik, de melodieën van Haydns oratorium ‘Die Schöpfung’ in de vorm van een Latijnse mis giet, met de bedoeling om via uitvoeringen in het kerkelijk circuit meer publiek in aanraking te brengen met Haydns werk. Maar, ook al is er niks mis met de muzikale manier waarop koor, orkest en solisten het werk verdedigen, de statische concertsetting zal niet aan alle operaliefhebbers besteed zijn.

Die liefhebbers krijgen na de pauze een uiterst charmant Haydn- operaatje van ruim een uur te zien. Daarin worden twee vrouwen na jaren gered van een onbewoond eiland en keren in de armen van hun twee mannelijke redders terug naar de bewoonde wereld. Genoeg stof voor fraaie aria’s en lekker orkestwerk, fris en hartverwarmend gebracht door alle uitvoerenden onder leiding van Jan Willem de Vriend.

Maar de enscenering van regisseur Annechien Koerselman en haar ontwerpers wil niet echt spannend worden, ondanks de (soms subtiele, soms geforceerde) pogingen om te laten zien wat de jarenlange eenzaamheid van de twee vrouwen voor hun ontwikkeling heeft betekend. Pas op het moment dat iedereen aan het indutten is, vlak voor de finale, wordt de voorstelling flink op zijn kop gezet. Het publiek blijft in vrolijke verbijstering achter. Tubantia, Menno van Duuren, 9 november 2009

 

Haydn in plastic jungle

Als Haydn zou weten dat zijn operaatje L'isola disabitata (het onbewoonde eiland) nog 230 jaar na dato werd opgevoerd, zou hij van zijn troon in de hemel springen en de mensen op aarde vertellen dat hij het niet voor de eeuwigheid had gecomponeerd, maar alleen om prins Nikolaus Esterhazy en diens gasten een paar onderhoudende kwartieren te bezorgen.

De werkelijkheid van nu is dat dit niemendalletje in deze eeuw vaker in ons land is gespeeld dan negentig procent van het standaardrepertoire. Na uitvoeringen in de voormalige operaserie van de TROS en deze zomer nog in het Grachtenfestival brengt de Nationale Reisopera L'isola disabitata als onbekende Haydn op de planken.

Van het verhaaltje over twee paren die op een onbewoond eiland verzeild zijn geraakt, zou Mozart nog wel iets gemaakt hebben, maar Haydn had bij hoge uitzondering geen groot talent voor opera. In dramatisch opzicht sjokt het werk in een bedaagd tempo voort met een handjevol virtuoze aria's en een overmaat aan begeleidende recitatieven, die overigens wel interessant zijn vanwege de bijzonder instrumentatie.

Het is de regisseuse Annechien Koerselman niet aan te rekenen dat de productie weinig spiritueel aandoet. Het grijzige decor oogt als een jungle van plastic met klimtouwen als manen, terwijl een danser zich constant door het beeld beweegt als een kruising tussen Njinski's faun en Jane's Tarzan.

Pas na ongeveer een uur, in de finale van het laatste bedrijf, gebeurt er iets verrassends op het toneel. Dan komen vier orkestleden op, verkleden de zangers zich tot gewone theaterbezoekers en lijken ze zich eindelijk te bevrijden van een knellend keurslijf.

In muzikaal opzicht valt er in de niet echt sprankelende vertolking wel sporadisch het een en ander te genieten. Het Combattimento Consort speelt onder leiding van Jan Willem de Vriend vitaal, zij het aan de logge kant, en de vier jonge zangers wagen zich vol overgave aan hun lang niet eenvoudige partijen.

Waarschijnlijk om de avond te vullen en het verdienstelijke koor van De Nationale Reisopera aan het werk te houden, begint de voorstelling met een uitvoering van De Schöpfungsmesse van Luigi Gatti, gebaseerd op Haydns oratorium Die Schöpfung. Het ziet er niet uit en het past niet bij een operavoorstelling.

Front zaal geparkeerd staan de koorleden en de vier zangsolisten hun bijdragen te leveren aan een vooral in het orkest nogal onbehouwen interpretatie. Juist een retorische benadering waarbij de muziek spreekt als in een 'betoog', veronderstelt meer verfijning in de klank.

Na de veeleisende en buitengewoon geslaagde Rheingold lijkt deze herdenking van Haydns tweehonderdste sterfjaar niet meer dan een tussendoortje voor De Nationale Reisopera. De Telegraaf, Eddie Vetter, 9 november 2009

naar boven




© 2009 design by ECDsign