Interview TM juni 2011

met Annechien Koerselman door Vincent Kouters

"'Een Nostalgische Droom in een Rode Molen'"

Ze staat deze zomer met een opera op de Parade. Regisseur Annechien Koerselman (1976) houdt wel van een uitdaging. Na Paradesuccessen als Paljas en Bonnie & Clyde zien ze haar graag terugkomen op het rondreizende theaterfestival waar dronken vermaak en fraai theater, als het goed is, hand in hand gaan.

Koerselman krijgt de grote circustent tot haar beschikking. Haar keuze voor dit jaar is: “Moulin Rouge”. Haar liefde voor negentiende-eeuwse romantiek en de overeenkomsten tussen de Parijse nachtclub toen en de Parade nu brachten haar op het idee. ‘Het gaat mij om de club die het was toen een figuur als Henri de Toulouse-Lautrec er kwam,’ vertelt ze. ‘Toen het nog een toevluchtsoord was voor de hoge en lage cultuur samen. Dezelfde mensen die de salons bezochten, zaten daar tussen de prostituees en de cancandanseressen.’

Moulin Rouge verhaalt over een ontmoeting tussen zo’n cancandanseres, Mimi, en een heer van stand. Hij probeert Mimi over te halen te stoppen met haar werk, zodat ze zich volledig naar hem kan voegen. Het meisje is ernstig ziek. Ze wordt gedwongen te kiezen voor een leven in de kunst of een bestaan in de schaduw van een man. Het verhaal is losjes gebaseerd op La Bohème van Puccini en La Traviata van Verdi.

De Moulin Rouge staat volgens Koerselman voor ‘een passie voor het leven, het bohémien-bestaan.’ Ofwel: voor iets wat tot haar spijt niet meer bestaat. ‘Daarvoor is tegenwoordig veel onbegrip. Mijn Moulin Rouge wordt een nostalgische droom. Een verlangen naar iets wat niet meer mag bestaan. Daarom wil ik de voorstelling zo negentiende-eeuws en Frans mogelijk laten zijn.’

Ze kiest er expliciet voor om niet een theatrale remake te maken van de bekende film van Baz Luhrmann met Ewan McGregor en Nicole Kidman. Paradepubliek dat hits als Lady Marmelade verwacht, komt er bedrogen uit. ‘Die musicalfilm is een soort kitsch waar je van houdt of niet. Ver voor die film was er een ander soort Moulin Rouge. Dat is het verhaal wat ik wil vertellen.’

Daarom heeft ze de voorstelling ook de ondertitel ‘De Paradeopera’ gegeven. Opdat duidelijk wordt dat de muziek klassiek zal zijn. Naast een acteur zijn er een violist, een tapdanser en een sopraan. Ze spelen o.a. Franse chansons: Je ne t'aime pas van Kurt Weill, Parlez-moi d'amour van Lucienne Boyer, La chanson de l'adieu van Francesco Paolo Tosti.

‘Ik hou ontzettend veel van Parijs. Daar leeft nog steeds de romantiek die ik zo mooi vind. Als ik er kom, word ik overvallen door een weemoed die ik erg prettig vind. Dat is niet vanzelfsprekend voor iemand van mijn leeftijd. Ik ben geboren in 1976. Ik heb altijd het idee gehad dat mijn generatie meer een Berlijnse generatie is. Het gaat bij ons over het vallen van de muur en de overwinning van het kapitalisme. Dat associeer ik met een bouwput als Berlijn en een schreeuwende Nina Hagen. Ondertussen is Parijs is altijd hetzelfde gebleven.’

Voor de tribune in de circustent zullen extra tafeltjes met stoelen staan. Het publiek kan waaiers kopen en als het meezit worden er glaasjes absint uitgedeeld. ‘Dat hoop ik, maar het mag vast niet. We wilden ook een trapeze. Maar dat hield de tentconstructie niet.’

Wie een voorstelling maakt op de Parade werkt met limieten. De grootste daarvan is de lengte van vijfendertig minuten. Dat is voor Koerselman de grootste uitdaging. ‘De twee keer dat ik hier stond heb ik veel geleerd. Vooral hoe je gruwelijk snel een voorstelling monteert. Ik vertel graag mooie, ronde verhalen. Dat betekent dat de scènes perfect in elkaar moeten haken.’

Koerselman prijst de koers die Nicole van Vessum, artistiek leider van de Parade, heeft ingezet. ‘Nicole wil echt dat de voorstellingen ergens over gaan. Daarom was ze ook dolblij toen ik met een opera kwam aanzetten. Anderzijds moet je op zo’n terrein concessies doen. Iedere groep moet opboksen tegen zijn buren. In Paljas zat in eerste instantie een intieme scène. Maar die heb ik eruit gehaald. Het was niet te spelen terwijl links en rechts de kanonnen afgingen.’

Dat soort scènes bewaart ze nu voor haar andere werk. Afgelopen zomer maakte ze op het Zeeland Nazomer Festival het verstilde Mooie Anna, een Zeeuwse fadovoorstelling. ‘Dan ga ik heel anders te werk.  Veel intiemer. Maar goed, als ik Mooie Anna maak, zijn er weer mensen die het nog lang niet verstild genoeg vinden.’

Koerselman houdt van lawaai en leven in de brouwerij. Die ondertoon zit in al haar werk. ‘Dat is er niet uit te slaan. Ik ben levenslustig. Ik kan ook on-Hollands kwaad worden. Iemand op de toneelschool vertelde me ooit dat ik de wet van behoud van energie een loer draaide. Erg grappig. Als toi toi toi krijg ik opvallend vaak van die relax-cd’s. Mensen denken dat ik dat nodig heb. Maar ik ontspan juist als ik veel te doen heb.’

Ondertussen regisseert ze voorstellingen bij een indrukwekkend aantal groepen, productiehuizen en festivals, waaronder De Nationale Reisopera, Productiehuis Zeelandia en de Parade. Dat zijn niet zelden opera’s, want Koerselman heeft een voorliefde voor muziektheater.

‘Mijn moeder is zangeres. Toen ik jong was, heb ik me daar natuurlijk tegen afgezet. Ik ging niet naar het conservatorium, maar naar de toneelschool en wilde actrice worden. Daar ontdekte ik dat ik regisseren leuk vond. Uiteindelijk miste ik toch de muziek en ben ik bij de opera gaan werken. Toen bleek dat ik heel goed met musici kan werken. Ik wist eerlijk gezegd niet dat sommige mensen dat niet konden.’

Met haar exuberante stijl van muziektheater gaat Koerselman regelrecht tegen de hedendaagse tijdgeest in. ‘We leven in een managersmaatschappij. De wereld van nu gaat over zakendoen, alles moet kloppen. We worden heropgevoed door bedrijven en de regering. Ze doen alsof we collectief vrije school hebben gedaan en niet kunnen nadenken. Die beschuldiging dat we linkse hobbyisten zijn, is daar het toppunt van. Alsof we de kantjes ervan af lopen.’

‘Wat die managers niet willen accepteren, is dat de dingen soms gewoon niet kloppen in het leven. Ik vind een geïmproviseerd leven, met alle tegenslagen die erbij horen, juist leuk. Ik geloof in sprookjes. Ik droom van Moulin Rouge.’

Ze hoopt dat het publiek dat haar Paradeopera gaat zien er romantischer en nostalgischer van wordt. Want het leven is zinloos. Het zijn de verhalen van mensen die iets meemaken, die erbovenop komen, die het hoopvol maken.

‘Zodra Mimi op het toneel staat te dansen is het op leven en dood. Tegenwoordig is dat onbestaanbaar. Dat mensen nog op leven en dood ergens voor staan.’

TM, Vincent Kouters, juni 2011

naar boven




© 2009 design by ECDsign